Opa Disma’s borrel

stress en burn-out coaching

Opa Disma’s borrel

‘Ik ben vernoemd naar mijn opa, opa Disma. Hij heette ook Joan,’ vertelt mijn stiefvader (81).
Op zijn best lijkt mijn stiefvader op zijn moeder, een echte Disma, een lief en zacht karakter. Nog steeds een volle bos haar.

De geliefde en ik zitten in de tuin bij mijn stiefvader. Ik draag zijn naam, toen ik twee was, heeft hij mij erkend. Daar had ik zelf toen niks over te zeggen. Het huwelijk met mijn moeder was niet best. Dat hij voor de tweede keer van een vrouw scheidde was een goed besluit hoewel hij beter afscheid had kunnen nemen van de kwade genius. Als een soort van halve wees behept met een stevig verankerd schuldgevoel denk ik altijd dat ik iets voor hem moet terugdoen. Ik stuur hem vaak een kaart, ik bak een taart of ga bij hem op bezoek. Mijn moeder denkt daar anders over.

Vandaag zit hij op zijn praatstoel. De geliefde en ik zitten ernaast op zacht gebloemde kussens in hardhouten tuinstoelen. De zon schijnt, er is geen vuiltje aan de lucht. Zo’n dag in mei, iedereen blij.
‘Wil je een biertje?’ vraagt mijn stiefvader aan de geliefde.
‘Heeft u ook koffie?’

‘Opa Disma was oberkelner bij Royal in Arnhem, de hoogste in rang. Hij was de beste, mensen kwamen speciaal voor hem. ‘Als klein piempje mocht ik het geld tellen dat opa Disma had verdiend. Dan kreeg ik een kwartje. Dat was heel veel in die tijd hoor!’
Mijn stiefvader is weer even kind als hij over zijn opa praat.

Wat was dat toch met die opa Disma? Hoe kon hij zo euforisch zijn over die man? Kritische vragen cirkelen in mijn hoofd. Ik weet dat opa Disma vijf dochters had. Ver voor de oorlog vonden zijn vrouw en jongste dochter de dood in het kraambed. Jaren later ontmoette opa Disma op zijn werk bij Royal een nieuwe liefde: tante Thea, een voormalig SS-Soldate. Na de oorlog ging hij met haar samenwonen op de bovenste verdieping van het huis waar mijn stiefvader met zijn ouders en zijn zus woonde. Hoe kon opa Disma toch gaan samenwonen met die Thea? Had hij geen enkel begrip voor de Joodse schoonfamilie waarvan er slechts enkelen de oorlog overleefd hadden? Zijn vier dochters waren duidelijk. Ze zwegen hun vader letterlijk dood tot in zijn graf. Mijn stiefvader niet. Hij was slechts een kind. Zijn opa was heilig .

Tijdens de Slag om Arnhem (1944) is mijn stiefvader vijf. Hij vlucht met zijn vader, moeder en oudere zus te voet van Arnhem naar Elst. Het geknapte elastiek in zijn onderbroek en de grote zorgen daarover, wat als zijn broek zou afzakken? Vanuit Elst ging hij met legervoertuigen naar de Philipsfabriek in Eindhoven.
‘Mijn vader en mijn moeder hebben me in de oorlog weggegeven,’ zegt hij. ‘Ze konden niet voor mij zorgen. Mijn moeder was hartpatiënt. Mijn vader had vriendinnen. Eerst heb ik bij tante Nel in Eindhoven gewoond, daarna bij tante Loes Mulder in Bennekom. Een witte boterham en een bruine boterham kreeg ik daar. Haar eigen kinderen mochten zoveel eten als ze wilden. Ik was te duur.’

Ik hoor de kerkklok twee uur slaan. Er komt een fles whisky op tafel. Tien jaar geleden in de Jellinek werd hij ‘De held’ genoemd. Ze hadden het niet eerder meegemaakt, een man van zeventig die het twaalfstappenplan van Minnesota doorliep. Op het Surinameplein in Amsterdam werden zijn ogen week na week weer helder.
‘Jacqueline houdt er niet van als ik drink.’ zegt hij tegen de geliefde.
Dat je het nou nog niet snapt, denk ik bij mezelf. Was het niet stap één van het Minnesotamodel? Erken je verslaving en de gevolgen? Maar ik zeg niks. De wetten van de rede gelden hier niet. Machteloosheid heeft mij al lang geleden lam geslagen.
‘Dat moet je zelf weten,’ zeg ik lauw.
Het is niet helemaal waar. We hebben harde afspraken. Zo bel ik hem alleen ’s ochtends, als de ‘gifbeker’ nog niet is aangeraakt.

Ik wil het nu weten denk ik bij mezelf. Zal ik het vragen? Durf ik dit gevoelige onderwerp over tante Thea aan te snijden?
‘Tante Thea’ vertelt mijn stiefvader, ‘was geen SS-soldate maar had bij de Hitlerjugend gezeten. Zij moest verplicht zwanger worden om het Arische ras in stand te houden en kreeg toen Theo, verwekt door een Duitse militair. Tante Thea was een spontane Duitse vrouw, altijd vrolijk en heel lief tegen mij. Met Theo kon ik het goed vinden, een hele leuke jongen.’

De Veluwse vogels in de tuin kwetteren vrolijk rond als in een openlucht volière. Zoeken ze liefde of een huisje? Er hangen wel vijf vogelhuisjes, rond, vierkant en ovaal, in verschillend kleuren, zelfgemaakt en sommigen met een lange dunne neus. Mijn stiefvader heeft zoveel tijd.

Spanningen ontsproten in de oorlog werden later geblust door drank. Was het opa Disma die de kleine stiefvader alsnog een gevoel van thuis en liefde gaf omdat zijn eigen ouders daar niet toe in staat waren?
‘Opa Disma heeft me aan de drank geholpen,’ zegt de stiefvader, alsof gedachten over alcohol op mijn voorhoofd staan geschreven. ‘Eerst moest ik mijn pink in een glaasje jenever stoppen om het te proberen, dat vond ik in het begin heel vies. Later vond ik het wel lekker.’

‘Doe mij toch maar een biertje,’ zegt de geliefde tegen mijn stiefvader.

 

(Bron foto: http://www.slag-om-arnhem.nl)

 

 

 

 

 

 

Recent
Social Media
Testimonials
Jacqueline heeft mij geholpen toen ik na 18 jaar besloot uit het onderwijs te stappen als docent. Zij heeft mij door loopbaanbegeleiding zelfvertrouwen teruggegeven. Zij doet dit op een warme, ontspannen maar zeer effectieve manier. Ik denk met veel dankbaarheid terug aan deze fijne en leerzame periode. Bedankt!
Manja ter Meulen
]
Schrijf je in
Meld je aan voor de nieuwsbrief